| |
 |
 Dwingend op haar schouder 3
Bizar | verhalen
|
30 April 2012 | 10:04:19
 |
De treinreis terug was een kleine hel geweest. Ze kon zich goed houden tot het afscheid was geweest. Een trein heeft geen stuur die het mogelijk maakt om te keren. Een trein gaat vooruit. Eerst heel langzaam alsof je losgescheurd wordt van het perron, de mensen die achterblijven, de plek waar je was. Dan gaat het sneller en sneller. Steeds sneller en lijkt het wel of de trein haast maakt om je weg te brengen van daar.
Eerst veegde ze haar tranen. Niet veel later stroomde het. Ze zag de stroom in de ruit. Het regende en dat maakte dat haar tranen niet eens echt op zouden vallen. Zo onopvallend was zij ook daarna in de hal van het andere station. Een mens onder de mensen, een vrouw tussen de vrouwen. Daar had ze willen schreeuwen ‘ik ben een slavin!’. Het kon niet.
Thuis had zij zich gestoten tegen de deur. Onhandig, de tas te zwaar, haar lichaam moe en haar gedachten die steeds de vraag maar bleven roepen waarom ze weg was gegaan. Toen plofte ze op haar bed. De jas nog aan, schoenen. Gewoon een rechte lijn van deur, gang, slaapkamer, bed en vallen. Ze wist het niet. Ze wist niet of ze moest huilen of schaterlachen.
Haar handen dwaalden voorheen al snel over haar lichaam. Vonden de plekjes waar ze zo gevoelig was. Nu staarde ze en keek voor het eerst pas echt naar het plafond. Ze miste hem en het maakte haar een klein beetje radeloos. Zonder al te veel kracht maakte haar vuist een slag op het bed. Als hij hier was dan wist ze wat hij zou doen. Dan zou hij staan en kijken, zien wat zij nodig heeft, bedenken wat goed was.
De meters touw, de leren boeien om polsen en enkels. Hij zou heen en weer lopen rond haar bed. Een touw onderdoor, enkele alvast naast haar lichaam neerleggen om zo te vertellen wat er straks zou komen. Pas als zij wijdbeens vast zou liggen dan zal hij dichtbij zijn. Zijn hand glijdend van haar voorhoofd naar haar neus, over haar mond. De andere rustend op haar hals.
Ze durfde haar vingers niet langs haar schaamlippen te laten gaan. Ze wist het, ze wist dat ze verlangde. Hoe haar lichaam zou vragen om zuurstof en hij zou bepalen dat het niet nodig is. Zijn vingers één slagader dicht zullen drukken zodat er minder bloed stroomt en het gaat duizelen. Pas dan zal de hand weggaan, maar de andere hand zou blijven zorgen dat ze blijft liggen.
Blijven liggen. Het is onmogelijk om weg te gaan als je gebonden bent op een bed. Maar hij, hij… hij, haar Meester begrijpt wat zij denkt. Dat haar gedachten haar eerder boeien dan hij kan doen. Dat zij ook zo gemakkelijk kan ontsnappen aan het meest lastigste waar hij haar brengt. Haar gedachten, dat is zijn macht. Zou hij wel begrijpen hoe afhankelijk zij is?
Direct rolt ze om. Ze wil niet nu, hier in haar eigen huis, voelen dat ze afhankelijk is van hem. Direct rolt ze terug. Spreid haar armen en benen en zegt hardop ‘ik ben van u’. Want zelfs hier wil ze niet aan zijn macht ontkomen. Het maakt een einde aan de tweestrijd in haar gedachten. Nog één keer haalt ze adem. Dan pakt ze de telefoon en belt hem op.
Hij vertelt dat hij aan het schrijven is. Zij vraagt hoe hij zich voelt. Volgens hem gaat het goed. Dat wilde ze niet horen. Eigenlijk hoopte ze dat hij was neergestort. Zich via de trappen van het station naar de auto had moeten slepen en huilend bij zijn huis zou zijn aangekomen. Zo was het niet. Zo was het bij haar wel. ‘Het lukt niet meer alleen’ zei ze plots heel zachtjes.
Zijn antwoord was duidelijk ‘ik weet het’. Ze vroeg of ze bij hem kon zijn maar zijn antwoord was eenvoudig en duidelijk: ‘je moet sterk zijn’. Daarna had hij direct de verbinding verbroken. Hoe kon zij in hemelsnaam sterk zijn als hij er niet was? Als ze niet kon vragen hoe het moest, niet kon zien wat hij verlangde, niet zou mogen zorgen voor hem, haar Meester.
Onder de douche stroomde haar tranen opnieuw. Het was alsof zijn handen zwaar op haar schouders drukte. Ze knielde en gaf zo gehoor aan zijn druk. In de verte klonken ritmische slagen, net alsof een typemachine vertelde wat zij beleefde. Toen drukte zijn duimen op de plek waar hij die dag daarvoor ook drukte. Zij verbeet zich en weerstond de pijn. ‘Sterk zijn’ zei ze tegen haarzelf. |
|
|
 |
 |
 Dwingend op haar schouder 2
Bizar | verhalen
|
29 April 2012 | 13:25:02
 |
Die avond nam hij een voorzet. Driftig draaide hij het papier in de typemachine. Een sigaret tussen zijn lippen, de ogen samengeknepen en een goed glas ernaast. De titel werd vastberaden geslagen. Letters hamerden zich in het papier. De afdruk bleef. Het zwart was in zijn ogen rood. De hoekige letters zag hij als langgerekte striemen op haar kont.
Na de titel haperde hij. Het was een hijgend ademhalen. Het ademen van inspanning veranderde al snel in paniek. Niet veel later liet hij zich tegen de rugleuning van de stoel vallen. De sigaret ging in de asbak na een laatste trek. Hij staarde, pakte zijn glas en wist al zo lang dat zij er deze avond niet zou zijn. Zijn gedachten maakten sprongen. Hij voelde zich mee geslingerd in een emotionele achtbaan.
Zo zat hij. Niet eens nadenkend. Wel verlangend, bijna roepend, dan weer totaal ineengestort van verdriet omdat hij miste wat hij zo begeerde. Tot zijn vingertoppen de toetsen weer raakten. Eerst gleden ze, toen raakten ze. Maakten voorzichtig eerste letters. Een kleine polka, misschien zelfs een marcheren, maar daarna werd het een dans. Een dans, een stortvloed bijna. Het is als dansen in de regen op een warme zomerdag.
Ja zo, zo was het: als dansen in de regen op een warme zomerdag. Haar haren nat, haar glimlach gul, de zomerjurk opwaaiend. En hij, hij alleen maar blij, tevreden, dankbaar. Zou hij vaderlijk zijn of vriendelijk? Hij keek opzij. Daar stond de kist, daarin het touw, de zweep. Polsboeien, een masker, misschien zelfs een gag. Het zou er allemaal in liggen. Maar zij! Zonder haar was er niets, was er niets.
Zijn ogen hoefden niet dicht om te zien hoe waterdruppels over haar borst zouden glijden. Hij wist hoe dat ging. De douche met het warme water en de verzorgende omhelzing. Het spoor van het ijsklontje. Zijn vingers waren nat geweest van haar kut en hij had een spoor gemaakt. Toen, maar hij wilde een voorzet nemen op wat komen gaat. Terwijl hij daar aan dacht betrapte hij zichzelf erop dat hij al die tijd naar de deur had gekeken.
Alsof zij ieder moment binnen kon komen. Een binnenkomen zonder kloppen, geen deurbel, niet eens een sleutel. Gewoon open en binnenstappen. Er zijn geen barrières voor haar om bij hem te komen. Ja, natuurlijk wel, natuurlijk werpt hij enorme belemmeringen op voor haar. Maar zij moet toch begrijpen dat juist zij met één armbeweging alles kan doen verdwijnen.
Zij de vrouw, hij de man. Zij de slavin, hij haar Meester. Zo is het, niet anders. Maar de afhankelijkheid die uit die zinnen spreekt moet zij toch begrijpen? Hij schudt terwijl hij schrijft. Een nieuwe sigaret, een gehaaste slok. Zijn vingers moeten door, het verhaal moet geschreven, de waarheid vertelt, de droom ontsloten. En zo schrijft hij over de wreedheid van zijn liefde. Hoe hij haar wil kwetsen, wil raken.
Hij weet dat zij straks schrikt. Zijn wens om samen te zijn is dwingend. Voor alle praktische problemen noemt hij een oplossing die niet altijd realistisch is en geen recht doet aan haar zelfstandigheid als jonge zelfbewuste vrouw. Hij zucht als hij het schrijft. Want tegelijk is zij een meisje. Zijn meisje! Hij wil zorgen, omarmen. Haar zijn liefde laten voelen. Veiligheid bieden.
Maar die veiligheid zou dezelfde veiligheid moeten zijn die zij hem geven kan. Dat kan ze, daar is niet hij, maar juist zij van overtuigd. De vraag is nu of het kan. Niet het praktische, maar het gevoel. Of zij met al haar kracht kan buigen voor deze man. De man die twijfels durft te benoemen en haar op zijn zwakheid wijst. Diezelfde man die zo hard en zonder medelijden is als hij doet wat zij zo verschrikkelijk nodig heeft. Ze lacht als zij hem bezig ziet. De worstelaar met woorden. Ze besluit nog even buiten te blijven in de tuin.
Het heeft geen zin om haar vingers op zijn schouderbladen te leggen. Als het verhaal niet af is dan blijft die spanning in zijn lijf. Haar hand is vol bloemen. Bloemen die gebloeid hebben en nu moeten ze weg. Ooit stonden ze samen in haar tuin en gebruikte hij die metafoor. Maar dat moest hij eerst nog opschrijven, daarna samen beleven en pas dan kon zij weten dat hij al heel lang zeker wist dat ze samen… En dat begon op een eenvoudige houten kist. |
|
|
 |
 Dwingend op haar schouder
Bizar | my life (or what it should be)
|
28 April 2012 | 00:04:47
 |
Haar ademhaling stuwde haar lichaam omhoog. De kist had nare randen. De tijd had de afgeronde hoeken toch pijnlijk gemaakt. Het touw te strak, strakker dan in het begin. Haar hoofd had ze laten hangen. De controle over haar armen en benen had ze letterlijk losgelaten. Eerst steunde ze nog, nu hing ze over de kist. Haar ademhaling stuwde haar lichaam omhoog.
Even gingen haar ogen open, toen weer dicht. Ze dacht aan wat er was geweest. De zweepslagen, de hartelijke ontvangst. Het ongemakkelijke moment toen zij naakt tegenover hem stond. Hij liet haar staan en keek. Ze durfde niet op te kijken om te toetsen of zijn blik gretig was. Opnieuw voelde ze die eerste aanraking. Nu drukte zijn vinger op haar schouderblad.
Het was één vinger. De top rustte midden op haar schouderblad. Het was niet ondraaglijk, zou niet eens pijnlijk zijn. Maar nu, juist nu voelde het alsof hij haar doorboorde. Geknield, met touw tegen de kist gebonden. Het inademen dat haar lichaam omhoog tilde in een gecontroleerde beweging is door haar hijgen een chaos geworden. Het voelt alsof ze om gaat vallen.
Dan is zijn vinger daar. Hij drukt. Twee andere vingers tegen haar kut. Ze wil het uitroepen, brullen dat het niet kan. Vertellen dat ze nu niet daar aangeraakt wil worden, het niet kan, zij nu niet geil is. Eigenlijk wil ze roepen dat het stopt, alles over is. Maar zijn vinger drukt daar. Haar schouderblad weerstaat zijn kracht. Haar kut niet. Ze voelt hoe zijn vingers in haar glijden, ze is drijfnat.
Pas dan, pas dan ontspant haar lichaam. Haar hoofd hangt, tranen rollen via haar voorhoofd naar beneden. De druppels van haar hoofd vallen in een zelfde tempo als bij haar kut. Ze hoort zichzelf. Het snikken, het soppen, de klanken uit haar mond die geen woorden maken, het suizen in haar oren. Dan is ze weg.
De kist dobbert, het water warm. De slagen van de zweep voelen als een zacht strelen. Het drijft haar verder. In haar hoofd klinkt een kinderlied. De vingers die plots weer diep in haar komen voelen heerlijk. Ze omarmt en het voelt alsof ze danst met de hand die stuwt. Ze lacht en likt haar lippen. Draait in gedachten haar hoofd zodat haar haren weer één kant op hangen.
Dan is er een moment dat ze schrikt. Haar hoofd trekt hij achterover. Hij is bovenop haar gaan zitten. Zijn arm slaat hij om haar hals. Het voelt alsof ze stikt. Te ver achterover, de arm te dwingend. Ze verlangt naar iets in haar kut, de zweepslagen, het striemen op haar kant, desnoods het touw nog strakker. Hij noemt haar geschikt. Geschikt om mee te spelen. Prachtig speelgoed, dat is zij.
Als hij voor haar staat kijkt ze op. Ze ziet zijn blik, de glimlach in zijn ogen. Eindelijk, eindelijk voelt ze weer hoe trots hij kan zijn. Het maakt haar klein. Ze blaast haren weg. Even schrikt ze van zijn beweging. Het lijkt of hij haar vol in haar gezicht raakt. Maar het is het touw. Met één beweging slaat hij het rond, weg van haar lichaam, dwars door de kamer.
Hij helpt haar van de kist. Pakt een deken en slaat het om haar heen. Samen zitten ze voor de bank, verstrengeld in elkaar. ‘slavin’ fluistert hij liefdevol. Zij kijkt op, zegt heel zachtjes ‘Meester’. Even lichten zijn ogen op en zij duikt weg. Kruipt bij hem en houdt stevig vast. ‘Samen’ denkt ze. ‘Samen’ fluistert hij. Zijn armen sterk en zacht, haar hand dwaalt door zijn borsthaar. Hij drukt een zoen op haar hoofd. |
|
|
|
|
|